Bijzondere grote meeuwen in Drenthe 98/99

Sandpit Hoogeveen, December 1998. Note the markedly white adult Pontic Gull Larus cachinnans in the middle

 

Grote meeuwen zijn de laatste jaren groot nieuws in vogelland. Wisten we eerst amper van Pontische Meeuwen Larus cachinnans af, vanaf 1998 blijken ze in het winterhalfjaar in redelijke aantallen voor te komen in oostelijk Nederland. Het blijkt dat ook Drenthe wat meeuwen betreft zijn potje kan meeblazen, en dat hebben we aan drie letters te danken: VAM. De grootste vuilstort van Nederland nabij Wijster is een ware meeuwenmagneet. Al jaren hebben groepen grote meeuwen de dagelijkse reis van het Waddengebied naar deze vuilstort er voor over om er te foerageren. Vooral bij slecht weer met veel wind verblijven er groepen meeuwen rondom het VAM-complex, en kun je ze daar bekijken. De VAM zelf is streng verboden terrein en vragen aan de bewakers aan de poort of je er mag kijken heeft geen zin, hoe belangrijk je "onderzoek" ook mag zijn!

In het winterhalfjaar (altijd nog oktober-april) is het zandgat Hoogeveen, nabij het gehucht Nijstad (atlasblok 22.11.15), de beste plek in Drenthe om meeuwen te kijken. Deze zandafgraving wordt gebruikt als slaapplaats door grote meeuwen die overdag op de VAM bij Wijster foerageren. Het aantal Zilvermeeuwen varieert van c 3000 in de maanden september en februari en maart tot meer dan 10.000 in oktober-januari. In de zomermaanden slapen er vrijwel geen grote meeuwen. Daarnaast wordt het zandgat in het (vroege) voorjaar als "springplank" gebruikt voor naar het noorden trekkende Storm- en Kleine Mantelmeeuwen. Deze komen hier dan pieksgewijs overnachten of rusten hier 's avonds een klein uurtje voor ze verder trekken. Wanneer een meeuwenconcentratie als deze regelmatig wordt afgezocht, kan dit bijzondere waarnemingen opleveren. 

Alle waarnemingen in dit verhaal zijn gedaan in de periode oktober 1998 t/m april 1999 vanaf twee uur voor zonsondergang tot hooguit een half uur erna.


Pontische Meeuwen

De eerste waarneming van een 1e winter Pontische Meeuw (PM) werd gedaan in maart 1998. De volgende, ook een 1e winter werd waargenomen op 4 oktober 1998. Sindsdien werden regelmatig PM waargenomen. Mijn teller in het seizoen okt. 98 t/m april 99 staat op 36 stuks. Het betroffen 18 1e winters, 3 2e winters, 5 3e winters en 10 adulten/4e winters. Het lijkt me niet dat de tweede en derde winter vogels over het hoofd gezien zijn. Dit waren doorgaans zeer sprekende en opvallende vogels. Ze waren gewoon minder algemeen. Het lijkt me eerder dat er de nodige adulte vogels over het hoofd gezien zijn. Met name in de periode januari-april, als de Zilvermeeuwen ook witte koppen krijgen en determinatie van adulte PM niet meer zo rechtdoorzee is.

1e winter Pontische Meeuw/Pontic Gull Larus cachinnans. Sandpit Hoogeveen, 20 februari 1999

Note the white head and underparts, the slim parallel bill, the moulted mantle, the almost black tertials and the long wings. Pontic Gulls don't always show a steep forehead but can also show a rounded head like this one.

 

 

 

Goede data waren 13 oktober (6 ex.), 3 januari (6 ex.) en 11 april (4 ex.). De rest zat zeer verspreid in de tijd. De PM kwamen vrijwel altijd meevliegen met Zilvermeeuwen uit het noordoosten (VAM). Vanaf maart was het opvallend dat het aantal Zilvermeeuwen op deze plas sterk terug liep, terwijl het aantal PM min of meer gelijk bleef.

  

1e winter Pontische Meeuw Larus cachinnans. Sandpit Hoogeveen, 20 februari 1999.

 Same individual

 

 

 

 

 

 

 


Burgemeesters

Nadat Theo Bakker op 3 februari 1999 rond 16.00h op het zandgat bij Hoogeveen kortstondig de eerste Grote Burgemeester Larus hyperboreus voor Drenthe waarnam, zag ik hier op 21 februari ook een, naar later bleek, andere Grote Burgemeester. De tweede werd ontdekt kort na aankomst om 16.55h. De vogel was druk aan het badderen en poetsen. Om 17.11h vloog de vogel kalm weg naar het westen met enkele Zilvermeeuwen, waarschijnlijk naar een slaapplaats bij de Wieden (ten westen van Meppel). De vogel was vrij donker, de handpennen staken duidelijk af bij de dekveren.

Grote Burgemeester/Glaucous Gull Larus hyperboreus. Sandpit Hoogeveen, March 1999.

De meest donkere 1e winter

Foto's: Roef Mulder

Under: same individual. The black bill-tip is hidden by the sand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat er twee verschillende Grote Burgemeesters onregelmatig kwamen slapen op het zandgat bleek pas op 7 maart, toe ze er beide zaten. Het tweede exemplaar was opvallend bleker. Op 9 maart zaten ze er ook beiden. Vanaf 12 maart tot 22 maart was het donkere exemplaar onregelmatig 's avonds aanwezig.

 

De meest bleke 1e winter Grote Burgemeester/Glaucous Gull. Sandpit Hoogeveen, March 1999

Foto: Roef Mulder

Naast twee Grote Burgemeesters die er enige tijd hebben gezeten ontdekten Sietze Bernardus en Edwin de Weert op 13 maart een Kleine Burgemeester Larus glaucoides, net terwijl ik een weekendje Limburg deed. De eerste waarneming van deze soort in Drenthe, die nog even naast de Grote Burgemeester zwom.

 


Geelpootmeeuwen 

Geelpootmeeuwen Larus michahellis zijn door mij alleen in de periode oktober-december waargenomen. Na die tijd zijn geen zekere onvolwassen vogel gezien en zijn naar alle waarschijnlijkheid adulte vogels over het hoofd gezien tussen de inmiddels witkoppige Zilvermeeuwen. In deze periode heb ik 4 adulte en twee 1e winter vogels gezien, grotendeels in de maand oktober. De grootste aantallen Geelpootmeeuwen zijn vr deze periode in Drenthe aanwezig.

1e winter Geelpootmeeuw/ Yellow-legged Gull Larus michahellis. Wijster, 9-11-1998. Foto: Theo Bakker

Note the pale head, the thick black bill with the blunt tip and the elongated appearance of this bird. The tertials are brown with a small pale tip. The scapulars are creamy-grey with a characteristicly shaped double anchor. Although hardly visible this bird showed some 2nd generation wingcoverts, which is probably the best character for identifying a 1st winter YLG.

 

 

Juv. Geelpootmeeuw/Yellow-legged Gull. Wijster, 24 July 1999.

A typical individual with warm-brown mantle and upper wingcoverts and contrasting dark primaries with a less obvious wingpanel compared to Herring Gull or, indeed, Pontic Gull (see the link at the bottom of this page). The typical tailpattern is the eye-catcher in this plumage.

 Rudy Offereins

 


Back to the gull-index

Back to the main page